door howlofthejellyfish

Als ik naar mijn armen kijk stel ik mij soms voor hoe het bloed in mijn aderen zwart ziet. Daar kruipt het, langzaam, naar alle kanten van mijn lichaam. Ik word misselijk van dit gevoel. Ik weet niet of het van het idee komt of eerder van de bijwerking die de cyclofosfamide -e en chemisch “wondermiddel” – nu eenmaal met zich meebrengt.

Ik weet vaak niet wat ik moet doen. Ik word wakker en lig met mijn ogen open. Tijd staat stil. Een versnelling als ik rechtop ga zitten. Even later word ik wakkergeschud als het alarm van de wekker tot mij doordringt. Oh ja, school.

Ik drink koffie, hoewel ik het niet zou mogen voor mijn lever. But who cares? Ik ben gestopt met alcohol. Niet te veel in één keer. Als ik mijn tas op heb drink ik er nog één. Eet appels. Honderden, Duizenden. Het kraken van de schil als mijn tanden zich in het vlees drukken. Kleine dingen herinneren mij aan het leven waar ik nu toeschouwer van ben. 

Even later zit ik in de klas. Wezenloos. Lachen wanneer de rest lacht. Lachen, doen alsof. Een masker dragen. Mensen zijn bang van maskerloze medewezens. Ik lach vanbuiten. Ik huil vanbinnen.

Thuis krijg ik een hoestaanval. Ik probeer het te verbergen en mijn bebloed zakdoeken te verstoppen in de vuilbak. Gewoon alleen al omdat ik de blik die mijn moeder mij geeft haat. Ze bedoelt het goed. Ik haat het. Ik ga dood. Punt. Medelijden helpt mij niet verder.

Advertenties